Isa (21) liep stage in Oostenrijk voor haar horeca managementopleiding toen zij in februari 2025 onderuit ging op de ski’s. Het was een zonnige dag en zoals vaker op dat soort dagen besloot zij met een klasgenootje de berg op te gaan. Door de felle zon zag zij de diepte op de pistes niet goed en vloog ze over een heuveltje heen waarna ze op haar rug landde. Ze wist direct dat het mis was.
“Ik voelde meteen dat het goed mis was. Ik voelde mijn benen niet meer, ik kon helemaal niks.”
Isa kreeg een week voordat zij naar Oostenrijk vertrok het filmpje van Menno doorgestuurd. Desondanks had zij geen rugbescherming aan, want zij skiede al haar hele leven, viel eigenlijk nooit en, zoals zovelen denken, dacht ze: “Dat gebeurt mij niet.” Maar nu weet Isa beter: “Het zit in zo’n klein hoekje, het kan echt iedereen gebeuren.”
Na haar ongeluk bracht Isa een maand door in het ziekenhuis, gevolgd door drie maanden revalideren in een revalidatiekliniek. Daarna begon ze weer met school, liep ze twee keer per week vier uur stage en vijf maanden later ging ze weer fysiek naar school. Inmiddels is ze geslaagd en heeft ze zonder vertraging haar studie afgerond(!). Naast haar studie moest ze regelmatig naar de fysio en probeerde ze zoveel mogelijk dingen te doen die ze voorheen ook deed. En dat doet ze nog steeds. Zo was ze laatst nog naar een festival in Rotterdam waar ze zich zonder problemen met rolstoel en al de lucht in laat tillen door feestende menigtes.
“Ik vind het belangrijk om ook gewoon weer normale dingen te doen en uiteindelijk zie ik dan ook niet zoveel obstakels meer.”
Isa woont in Roosendaal en is sinds haar ongeluk een aantal uur in de week werkzaam bij het bedrijf waar haar vader werkt. Daar kan ze achter de computer werken; dat kost niet al te veel energie en was vooral makkelijk tijdens school. Daar werkt ze tot augustus 2026 en vanaf dan komt ze Team Spines versterken.
In het begin vond Isa de rolstoel moeilijk en nog altijd vindt ze de reacties van sommige mensen het vervelendst: "Ik vind het zo erg voor jou, ik zou echt niet zo kunnen leven, ik zou mezelf echt kapot maken als ik dat zou hebben." Isa: “Wat moet ik daarmee?”
"Je wilt in het begin eigenlijk gewoon niet gezien worden in je rolstoel en mensen vinden je heel snel zielig, dat vind ik zo irritant, want ik ben helemaal niet zielig."
De rolstoel is ze inmiddels aan gewend; het meest vervelend aan de dwarslaesie nu vindt Isa haar blaas en darmen. Ze probeert op aandrang naar de wc te gaan, maar zodra daar sprake van is, moet ze ook binnen vijf minuten bij een wc zijn. En dus is het altijd wel weer afwachten of en wanneer ze die aandrang krijgt. Isa: “Ik ben heel blij hoor dat ik die aandrang voel, want daardoor hoef ik ook niet te darmspoelen, maar die onzekerheid over wanneer het komt, belemmert en is gewoon heel frustrerend; je wil alles geven, maar dat kan daardoor vaak niet.”
“Dat niet lopen, daar leer je wel mee omgaan, maar die blaas en darmen… dat is altijd maar een vraagteken, hoe dat gaat. Dat vind ik echt verschrikkelijk.”
Ik spreek Isa nadat er onlangs een neurostimulator bij haar is geplaatst: "Er zijn draden bij mijn zenuwen gelegd die stroom geven aan mijn blaas, zodat ik misschien weer zelfstandig kan plassen. Ik zit nu in de testfase en mag niet veel bewegen, omdat de draden niet mogen verschuiven: er moet weefsel omheen groeien en dat duurt een paar weken."
Isa vertelt dat ze altijd al een positief persoon was, maar dat haar ongeluk haar kijk op het leven heeft veranderd. Ze moest in korte tijd volwassen worden, voelt zich sterker, positiever en heeft zichzelf beter leren kennen. Ook waardeert ze de kleine dingen meer en is ze zich veel bewuster van hoe kwetsbaar het leven is: "Het kan zomaar voorbij zijn."
Isa: "Als ik weer zou kunnen lopen, zou ik naar het strand gaan. Of gewoon spontaan een hotel boeken dat er leuk uitziet, zonder eerst eindeloos uit te zoeken of het wel toegankelijk is." Nu, vertelt Isa, moet ze overal rekening mee houden: is er een lift, kan ze met haar rolstoel naar binnen en is de locatie goed bereikbaar? En zelfs dan gaat het nog weleens mis. "We belden ooit een restaurant om te vragen of we met twee rolstoelen konden komen eten. Dat was geen enkel probleem, zeiden ze. Maar toen we aankwamen, zagen we direct twee grote treden. We vroegen waar we dan zaten. 'Ja, daar', zei het personeel. 'Daar kun je toch wel overheen?' Nee, natuurlijk niet."
Het huis waar Isa woont in Roosendaal met haar ouders, broer en hond is oud, en was allesbehalve rolstoeltoegankelijk. Ze hebben een unit aan huis gebouwd en alles is toegankelijker gemaakt. Haar ongeluk was niet alleen een ingrijpende verandering voor haarzelf, maar ook voor haar ouders, broer en zus. Haar zus is destijds bij haar vriend gaan wonen die ook nog bij zijn ouders woonde. Haar broer woont nog thuis, maar is veel aan het werk. In het begin was het voor iedereen wennen, om überhaupt met de rolstoel om te gaan. Schoenen en andere spullen die op de grond stonden en in de weg lagen; nu is de vloer altijd leeg. “Mijn moeder is bijna altijd thuis en heel handig geworden in het omgaan met de rolstoel, m’n vader is vrachtwagenchauffeur dus die is veel weg en daardoor zie je gewoon dat hij nog een beetje achterloopt. Dat hij niet zo goed weet hoe het werkt als ik naar de wc ga bijvoorbeeld, maar dat snap ik ook, want hij krijgt niet alles mee.”
Zelf heeft Isa haar dwarslaesie inmiddels een plek weten te geven, maar ze ziet ook hoeveel impact het ongeluk nog altijd heeft op de mensen om haar heen. "Mijn moeder heeft het nog niet helemaal geaccepteerd en ik weet niet of ze het überhaupt ooit gaat kunnen accepteren. Ze vindt het heel moeilijk om mij zo te zien en dat is natuurlijk ook logisch, ik ben haar kind."
“Zelf heb ik het natuurlijk al geaccepteerd en ik moet ook wel, ik kan niet anders, maar voor mijn moeder is dat natuurlijk anders.”
Ondanks alles blijft Isa vooruitkijken. Ze merkt dat haar lichaam nog altijd stappen zet. "Ik zit eigenlijk nog midden in mijn revalidatie. Het is pas anderhalf jaar geleden en ik ga nog steeds echt vooruit. Drie weken geleden kon ik ineens met één kruk een paar stappen zetten. Ik denk dat ik dit jaar nog een paar stappen los kan zetten en vanaf daar kunnen we natuurlijk weer verder bouwen."
Om dat te bereiken traint Isa normaal gesproken drie keer per week, al ligt dat nu even stil vanwege de neurostimulator. Ze merkt dat ze daarin soms veel van zichzelf vraagt. "Uiteindelijk vond ik drie keer per week nog niet eens genoeg voor mezelf. Dan zit dat toch in je hoofd: nog meer, nog meer, nog meer. Terwijl drie keer per week eigenlijk echt wel zat is."
Ondanks alles blijft Isa hoopvol. Ze heeft vertrouwen in haar eigen herstel, maar ook in de toekomst van het onderzoek naar ruggenmergletsel. "Ik geloof echt dat er ooit een medicijn of oplossing komt."
Tegelijkertijd hoopt ze vooral dat minder mensen ooit in dezelfde situatie terechtkomen. Op de vraag of meer bewustwording rondom rugbescherming het verschil kan maken, hoeft ze dan ook niet lang na te denken. "Ja. Als je soms berichten leest in Menno's dm's van mensen die keihard vallen en dan wel iets gebroken hebben, maar geen dwarslaesie hebben, dan bewijst dat eigenlijk al."